Bloemmonday?

Bloemmonday?

‘Weet iemand hoe ik verse spinazie moet bereiden?’ Dat hoor ik een collega aan haar collega’s vragen.
‘Als je ‘t eerst in de diepvries legt, dan weet ik het wel!’ roept een ander terug. Wij liggen allemaal in een deuk. ‘Nee, echt’, zegt de vragende collega,’ Ik heb nog nooit verse spinazie gemaakt!’

‘Wat jammer dat vrouwen dat kinderlijke verliezen’, zegt een andere collega. ‘Waarom huppelen vrouwen niet meer als ze ouder worden, dat is zo leuk.’ Dit is een piepjonge collega die nog niets weet van de mankementen van aanstormende jaren. Ik antwoord: ‘omdat je dan in je broek plast!’

Werken in een groot team met voornamelijk vrouwen levert heel wat rare gesprekken op. Ik werk met een heel erg leuk team. Wij werken allemaal hard, delen lief en leed, maar kunnen gelukkig ook heel erg lachen met elkaar.

Niet alleen met de vrouwelijke collega’s is het leuk lachen. Op Blue Monday zit ik in het bedrijfsrestaurant te eten met twee collega’s als ik Baas A met een aantal collega’s uit een vergadering zie komen. Baas A heeft een grote, prachtige bos bloemen vast en loopt lachend weg.
Ja, dan word ik nieuwsgierig, dus tekst ik hem: ‘Vanwaar die bloemen, wat valt er te vieren?’
Even later krijg ik een tekst bericht terug: ‘Wie bent u?’
Potverdikkie, heeft hij mijn nummer niet in zijn telefoon staan? Ik tekst terug: ‘Babs’. Maar ik krijg geen tekst bericht terug. Mijn tafelgenoten en ik zijn vasthoudend, we willen weten wat er te vieren valt, maar ik hoor niets meer.

Op dat moment loopt hij weer terug de vergaderruimte in met een collega. Ik zwaai met mijn armen om zijn aandacht te krijgen, maar hij ziet mij niet. Zijn collega wel. Dus wijs ik naar binnen, waar Baas A net in is verdwenen. Ik gebaar ik met 2 handen een grote cirkel in de lucht en daarna een vuist omhoog alsof ik een bos bloemen in mijn hand heb, gevolgd door twee opgetrokken schouders en een vragend gezicht. Duidelijke gebaren die betekenen ‘waarom heeft Baas A een grote bos bloemen?
Collega R gaat naar binnen en komt even later naar buiten met Baas A.
Als ze bij onze tafel staan zegt collega R: ‘heb jij de speech van Obama gezien, toen Nelson Mandela overleden was?’ Ik antwoord ‘Ja’. ‘Nou’, zegt hij, ‘daar was ook een gebaren tolk aanwezig en mijn gebaren skills zijn ongeveer net zo goed als die van hem. Dus heb ik net aan Baas A gezegd dat jij vind dat hij zo dik is en hoe komt dat toch?’
Wij liggen allemaal in een deuk, ook Baas A, want dat soort grappen kan gewoon gemaakt worden bij ons. Er worden nog wat andere interpretaties van mijn gebaren geopperd en we komen niet meer bij.
Later in de middag krijg ik nog een tekstbericht van Baas A met de vraag hoe het met mij gaat. ‘Prima’ antwoord ik, ‘maar ik moet nog wat gebarenlessen nemen, merk ik.’

Terug op de werkplek ontvang ik een digitaal poststuk. Het is niet voor mij, dus wil ik het doorsturen naar de persoon waarvoor het wel is. Het digitale tijdperk is geweldig. Snel, efficiënt en papier besparend. Maar niet vandaag.
Hoe ik ook mijn best doe, het poststuk krijg ik niet verzonden. Er staat een controlevraag (geen uitleg!) in die ik moet beantwoorden, maar wat ik er ook inzet, deze wordt niet geaccepteerd. Mijn frustratie loopt hoog op, want ik heb wel wat beters te doen zeg! Ik word behoorlijk pissig en typ uiteindelijk K.T in. Nee, natuurlijk is dat ook niet het juiste woord dus type ik K.Tzooi! In. Inmiddels liggen mijn collega’s weer helemaal in een deuk om mijn frustratie en kleurrijke fantasie in wachtwoorden en besluit ik de helpdesk te bellen. Die jongens hebben altijd een oplossing.
Ik leg mijn probleem uit aan collega H en mijn frustratie is duidelijk hoorbaar, waarop mijn collega zegt, ‘nou, daar kan hij ook niets aan doen’. Ze heeft natuurlijk gelijk en ik bied meteen mijn excuses aan. H snapt het en als ik vertel welke woorden ik bij de controlevraag heb ingetypt ligt hij ook in een deuk.
Ach, zo is Blue Monday toch niet zo blue met al die leuke collega’s. Laten we Blue Monday maar Bloemmonday noemen voortaan, het is toch maar net wat je er zelf van maakt.

babs